Slangen in Nederland


Mensen hebben het in Nederland prima naar hun zin. De temperatuur is voor ons meestal gewoon lekker. Voor slangen is dat niet zo. Ze vinden het hier niet warm genoeg en daarom leven in Nederland maar drie soorten slangen. Die zien we trouwens bijna nooit.

 


Een slang die we nog wel vaak zien is de ringslang, omdat die dan ook overdag actief is. De ringslang is te herkennen aan zijn gele ring achter zijn kop. De ringslang kan erg goed zwemmen, dat moet ook wel want het voedsel van de ringslang bestaat uit kikkers, salamanders en vissen. Het aantal ringslangen in ons land gaat erg snel achteruit. Dat komt doordat hun lievelingsvoedsel, de groene kikker bijna is uitgestorven door watervervuiling. Dat komt weer door door giftige spuitmiddelen in landbouw. De ringslang legt 10 tot 30 eieren per keer. Het nest is vaak niet meer dan een hoopje rottende bladeren. Een volwassen ringslang kan een meter lang worden.

 

Nu wat over de adder. De adder is de enige giftige slang in Nederland. Je kan de adder tegenkomen op de Veluwe en in Drenthe. Het gif is dodelijk voor zijn gewone prooi: veldmuizen en hagedissen. Een mens gaat maar zelden dood van een adderbeet. Een adder gaat in oktober slapen voor zijn winterslaap. Ze gaan dan vaak in een hol slapen dat door een ander dier is aangemaakt. Ook slapen ze vaak met een hele groep in 1 hol bij elkaar. De eieren worden dan pas gelegd vlak voordat de jongen eruit komen. Dit gebeurt in augustus. Adders leven overal in Europa. Zelfs in Siberië (Noord-Rusland). Door de kou duurt het uitkomen van de eieren daar 2 jaar! De adder is te herkennen aan de donkere zigzagstreep op de rug. Soms is die streep niet goed te zien. Dan wordt die slang vaak verward met de gladde slang die ook in Nederland leeft.

 

De gladde slang is een wurgslang, dus niet giftig. Hij kan zo'n 75 cm. lang worden. Je herkent hem aan de zwartbruine streep die aan beide zijden van de kop zit.
Hij leeft meestal op droge terreinen, dus heidevelden, droge grasvelden en aan de rand van het bos.
Hij eet vooral hagedissen en muizen en ook rooft hij graag nesten van vogels en kleine knaagdieren leeg.